Met Wietze op de fiets - rondje Volendam
Als tegenprestatie voor twee keer gratis meefietsen bij De Merel zet Wietze Pathuis op 14 september een Rondje Volendam uit.
Enkele fietsvrienden uit Noord-Holland, alsmede Eric 'De Buffel' uit Groningen en drie Merelleden (Enno, Tom en ik) starten vanuit Purmerend, de woonplaats van Wietze, op een mooie zonnige dag maar met wel een stevig windje, voor een tocht door de regio Waterland en Zaanstreek.
Anton van Senten
Stipt om 8.30 uur haalt Enno mij op in Vinkeveen. Twee gloednieuwe fietsen achterop de fietsdrager, dat valt nog niet mee. Als het stuurlint van Enno's Specialized maar niet weggeschuurd wordt door het zadel van mijn Koga. Na wat sleutelen staat alles uiteindelijk goed en gaan wij op weg. Enno volgt niet de uitgezette Tom-Tom route, maar gaat binnendoor. Dat scheelt tien kilometer snelweg. Wonder boven wonder rijden we zonder zoeken naar de juiste straat.
Onder het genot van koffie en een speciale koek vertelt Wietze zijn plannen. Er zitten nogal wat plaatsen bij die vast en zeker ook een week later bij de Dam tot Dam FietsClassic worden aangedaan.
Steden
De drie steden in dit gebied, Monnickendam (1355), Edam (1357) en Purmerend (marktrechten in 1410), liggen allemaal in het Waterland. Purmerend ontstond als een vissersdorp aan de Where bij een (verdwenen) kasteel. Monnickendam en Edam zijn beide typische damsteden, ontstaan bij afdammingen van respectievelijk de Leek en de Ye.
Na deze historie gaan wij de nieuwbouwwijken van Purmerend in, met direct al een klimmetje over het Noordhollandsch Kanaal. In zuidelijke richting trekken we de Purmer in, richting Ilpendam. Dat dorp is in de twaalfde eeuw ontstaan aan de dam van de uitmonding van de Dorre Ilp.
Na Broek in Waterland, met de gebruikelijke foto-stop van hoffotograaf Tom, richting Holysloot. De voorrijders trekken hun eigen plan en laten Uitdam rechts liggen. "Maar kan ook", vindt Wietze.
Marken
De reis gaat verder, in noordelijke richting. We komen al snel bij het punt waar de dijk naar het westen afbuigt en langs de Gouwzee naar Monnickendam voert. Vroeger kon men hier alleen links aanhouden en de weg langs deze dijk volgen. Sinds men in 1957 vanaf dit punt de dijk naar Marken voltooide, kan men hier ook rechtsaf. Op de dijk kijken we meteen uit over de Gouwzee. Links van ons zien we in de verte de contouren van Monnickendam, voor ons aan de overzijde van de Gouwzee ligt Volendam en rechts daarvan herkennen we het eiland Marken.
Een paar kilometer lang zijn we aan weerszijden door een uitgestrekte watervlakte omgeven en dan zijn we op Marken. Na de parkeerplaats waar iedereen, behalve de inwoners van Marken, zijn auto moet stallen, rijden we stapvoets tussen de toeristen. Markant zijn de oude veelal houten huizen. Zij zijn merendeels groen geschilderd. Na een serieus rondje om de kerk, loodst Wietze ons nog even naar het havenhoofd en dan gaan we dezelfde weg weer terug.
Volendam
We vervolgen onze weg over de oude zeedijk naar Monnickendam. Via Katwoude, dat we voorbij zijn voordat we het weten, bereiken we Volendam.
Historici denken dat de naam Volendam of Vollendam, zoals het vroeger genoemd werd, verband houdt met het vollen of vullen, ofwel dempen, van het brede water dat het Ye heette en waaraan ook Yedam, het latere Edam, zijn naam ontleent.
We stoppen op de Dijk bij een terras waar wat plaatsen vrij zijn. Recht tegenover de coöperatieve visafslag St. Vincentius uit 1934, bestaande uit een houten dwarshuis. Het rust op een betonnen onderbouw van palen en balken en is vanaf de Dijk via trappen bereikbaar.
De eerste de beste botter die Eric uit Garrelsweer en ik tussen alle toeristen door zien liggen, is de ZK 20. Zoutkamp dus, ofwel nóg een verdwaalde uit de provincie Groningen! Of toeval bestaat.
De afstand tussen Volendam en Edam is snel afgelegd. Wietze wil ons alles laten zien, dus ook de kaasmarkt. Deze markt was eens de belangrijkste van Noord-Holland, maar inmiddels is Alkmaar hem allang voorbijgestreefd. De voormalige kaaswaag van Edam is nu een kaasmuseum.
Van Edam richting Hoorn
We vervolgen onze fietstocht over de oude zeedijk, richting het noorden. Het wordt nu een stuk rustiger en we kunnen wat beter om ons heen kijken. Rechts steeds de dijk, nu weer eens recht, dan weer eens kronkelend, en links het vlakke land van de polder Zeevang. De mannen uit Hoorn en omgeving trekken er hard aan. Ik ga gauw in de luwte zitten en Enno neemt het kopwerk over. Ergens links van ons ligt Hobrede en al snel rijden we door Warder. Allemaal plaatsjes ontstaan in het verre verleden. Oosthuizen zien we wel liggen, maar doen we niet aan.
Na Warder volgt Etersheim, de plaats waar onze vaderlandse kinderroman Dik Trom werd geboren als pennenvrucht van de plaatselijke hoofdonderwijzer Johan Kievit. We hebben bijna het meest noordelijke puntje van onze reis bereikt als we De Eenhoorn van Schardam passeren. Deze hardstenen 'banpaal' stamt uit 1761 en heeft de vorm van een obelisk op postament. De bekroning toont een eenhoorn met het wapen van Hoorn, ofwel 'de trots van Hoorn'. Aldus de mannen uit Hoorn die nu hun eigen weg huiswaarts vervolgen.
Wij slaan linksaf. Wietze dirigeert ons vervolgens naar rechts, een doodlopend weggetje in. Dit was het enige foutje van de middag en dat is hem vergeven. Via Middelie en Kwadijk rijdend, zien we de contouren van Purmerend alweer opduiken.
Vooroordeel
Na een kleine 95 kilometer kan het vooroordeel dat Noord-Holland alleen maar rechte wegen heeft, en dus niet leuk is om te fietsen, de prullenbak in. Wietze is er heel goed in geslaagd ons een mooie en gevarieerde route voor te schotelen, waar ik erg van genoten heb. Hemelsbreed zijn we niet meer dan 12 tot 14 kilometer verwijderd geweest van onze start- en finishplaats in Purmerend.
PS: voor de historische gegevens heb ik een boekwerk geraadpleegd!
Foto's van dit rondje zijn te zien in onze Fotogalerij.